Jujuy - Calilegua
Uitvalsbasis wordt Libertador General San Martín. Rough Guide is van mening er niks te beleven valt en dat het echt industrieelstadje is, volledig afhankelijk van de grootste rietsuikerraffinaderij ter wereld Ledesma. Dat is ook te zien, de naam komt overal terug, zelfs het ziekenhuis heet Ledesma. Inderdaad niet sfeervol, maar wij vinden het er stik gezellig. Lekkere bedrijvigheid van een gewoon Argentijns uit de kluiten gewassen dorp. We sluiten de dag af met een voetbalwedstrijd in een plaatselijke snackbar. Boca juniors winnen, dus Diego Maradonna kan happy zijn. Ik zie een paar technische hoogstandjes, die ik ook voortaan op het veld wil laten zien. Uiteraard werken we met de serveerster het gebruikelijke ‘where do you come from' af, maar ook uiterlijkheden en lengte komen aan bod. Ze schrikt zich een hoedje als ik op sta, zoveel kleiner is ze dan mij. De Indiaanse mensen hier hebben aparte ogen, die meer aan Mongolië doet denken. Echter, opvallend is vooral dat de meeste mensen, met name kinderen ontzettend loensen, niet normaal.
We worden bij het officina de turismo geholpen door een superlieve vrouw. Geen Engels, maar haar Spaans is heel goed te volgen voor ons. Wanneer we een tweede bezoek brengen, met wat ingewikkeldere vragen, zijn meer handen en voeten nodig, maar het komt allemaal goed. We mogen haar ‘Mate' proeven, een typisch Argentijnse thee: Yerbakruiden en steeds nieuw heet water in een speciale mok met bijhorend metalen theerietje.
Om het NP Calilegua te bereiken, stappen we in een ‘collectivo', de plaatselijke buurtbus. Lange afstandsbussen = pure luxe, collectivo's = oud, euh nee.... zeer oud, versleten, aan elkaar gelast, scheef, mist onderdelen. De chauffeurs, de één nog scheler dan de ander, dwingen respect af: de weg is smal, hier en daar stukje weggespoeld, stijgt of daalt sterk, haarspeldbochten en dat uren lang en op een stoel, die de term campingstoel niet waardig is. Je moet hier als chauffeur goed kunnen lassen of iemand kennen die dat kan, zodat je de bus steeds kunt oplappen. En nu is dat scheel kijken erg handig, kan de chauffeur aan twee kanten van de weg tegelijk kijken. Zo'n ritje is een belevenis op zich en dat allemaal voor een paar peso. De uitzichten zijn bijna verlammend: diepe kloven, dichte jungle en hoge bergen, langs zo'n smal weggetje zonder vangrail.
Doof van het gerammel, zoeken we bij het NP de ranger, maar vinden alleen zijn vrouw thuis. Die helpt ons op weg en gedurende de dag wandelen we alle paden af. Vooral wandelpad 4 is erg leuk. Het wordt al spannend omdat aangekondigd wordt dat we door het leefgebied van de Jaguar gaan. Onze bescherming bestaat uit het zingen van Carnavalsnummers. We klauteren over een deel dat weggespoeld is en komen eindelijk bij de rivier, die we verder moeten volgen. Maar dat pad is er niet, moeten we dezelfde weg terug en dan zien we een bord dat het pad gesloten is en wandelen is op eigen risico is. Oeps.... Had dat bord aan het begin gezet.....nu moeten we nog een keer terugklauteren. Tempo wordt opgevoerd, want we willen niet in onze kont gebeten worden door een Jaguar. We zien weinig wild, wel sporen van een tapir, een paar toekans en condors, oja en...muggen...grr...
Ach goeie exercitie voor ons, totaal zo'n 20 kilometer gewandeld vandaag en soms bloed, zweet en tranen (lees: muggen/schrammen, lui-/angst-/klimzweet en vliegjes/stof in de ogen).
De volgende dag gaan we een stapje verder, met de collectivo naar San Fransisco, een klein afgelegen bergdorpje. Lunchpakketje met empanadas (ik had gisteren fractie meer besteld dan ik honger had, 12 stuks, met 3 zat ik vol) De muziek gaan extra hard, dan horen we het gekraak niet.
In San Fransisco informeren we naar wandelpaden, maar helaas is hier ons Spaans minder toereikend. Hij wil ons op een trektocht van 4 dagen sturen, maar dat is wat veel van het goede. We maken een foto van zijn kaartje en zoeken zelf wat wandelpaden. Eerst het dorpje rondslenteren, papagaaien spotten, begraafplaats die afgegraasd wordt door muilezels, pachamama bewonderen die naast de kerk staat, twee religies kunnen best samen. De plaatselijke kroeg bezocht, omdat de miniwinkeljes te beperkt aanbod hebben (geen kleine flesjes water of cola). Honden zijn alom aanwezig, in alle soorten en maken. Ze lopen tussen de kippen, pesten het varken en ontvangen de bezoekers bij aankomst. De grootste ontfermt zich over ons; we dopen hem Boris.
We nemen een stuk ezelpad naar Aqua Blancas, een herdersdorp dat alleen via dergelijke paadjes bereikbaar is en verwonderen ons over de jungle hier.
Aan het eind van de dag melden we ons weer in het ‘centrum' en moeten een bus in, die zowaar nog ouder en meer versleten is dan degene die we gehad hebben. We gaan zitten op iets, wat op een stoel lijkt, maar ook deze chauffeur brengt ons heelhuids beneden.
We melden ons nog ff bij onze favoriete serveerster en pakken weer in om richting Salta te gaan.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}