Chau Argentina!

Van Cafayate met de bus naar San Miguel de Tucúman. Het begint saai te worden, maar echt... de rit is weer wonderbaarlijk mooi. Na de eindeloze pampas in de eerste week, wedijveren nu de uitzichten steeds weer om als meest betoverend betiteld te worden. Geen rotsformaties, maar groene valleien. Wegens wegwerkzaamheden, lopen we ook een klein stukje en in Tucúman spenderen we een paar uurtjes om de benen te strekken in het park en een terrasje te doen. Dan vliegen we door naar Buenos Aires. Tijdens de vakantie zijn we een beetje verwend geraakt. Vaak hadden we een complete slaapzaal voor onszelf of een eigen kamer. Nu moeten we de slaapzaal toch echt weer delen, maar ach, goed (en knap) gezelschap is geen straf. De laatste dag is vooral slenteren door in het grote 3-februari-park, waar alle Porteñas lijken te sporten....nou meer zien en gezien worden....maar dan in sportkleding en op skates, fiets, trimschoenen enzovoorts.Na de ‘snoepjes van de week' aangewezen te hebben en de laatste empanada's met wijn op het terras, ga ik toch echt de rugzak in pakken.....

Chau Argentina,

Love U 4ever,

Will be back!!

Salta - Cafayate

In Salta doen we niet veel meer dan wat relaxen. Slenteren en op stap gaan. We proeven de sfeer bij een peña, een typisch café van deze streek, waar soort folkmusic gespeeld en iedereen er lekker op los danst. Verder bewonderen van tangodansende mensen op het plein, luieren in het park, kletsen met muzikant Diego, Torrontés wijn proeven. Tussen de bedrijven door word ik, al is het zonder palmtak, gezegend, want de pastoor spreidt het wijwater in de verte rond.

Totaal relaxt richting Cafayate langs de Quebrada de Cafayate, zijnde schitterende rotsformaties met nog mooiere namen. Maar ik geniet ook van de pick-up met honden braaf in de bak, een boer, die met z'n paard aan het ploegen is, de vergezichten op de Andes, landschap met cactussen, kleine dorpjes, tabak die te drogen ligt en de alom zwevende condors. Ik schuif van links naar rechts in de bus, om maar niks te missen, een waar feestje dit tripje met de bus.

Cafayate heeft een heerlijke sfeer en hostel Rusty-K sluit hier perfect bij aan: Heladeria Miranda ook, want die produceert wijnijs van Cabernet of Torrentés. Niet slecht, maar mijn favoriet zal het niet worden. Ik heb mijn zinnen gezet om een stuk van de Valles Calchaquíes te verkennen, maar de informatie is wat lastig te krijgen. Met alle beetjes bij elkaar, puzzelen we voldoende uit om de vreemde blikken te negeren en de gok te wagen om de volgende dag op de bus naar Angastaco te stappen. Er gaat 1x per dag een bus 's morgens vroeg Angastaco à Cafayate en eind van de ochtend weer terug, waarschijnlijk zodat mensen uit de dorpjes boodschappen kunnen doen in Cafayate. Echter, wij reizen andersom en overnachten ook aldaar. Geen spijt gelukkig. De weg heen is wederom een feestje. De omgeving is prachtig, hoge bergen, rivierbeddingen, wijngaarden, finca's, iniminidorpjes, waar weinig van de Spaanse kolonialisten te zien is en qua ontwikkeling terug in de tijd. We komen ook door de Quabrada de las Flechas, wederom aparte rotsformaties, gevormd door winderosie.

In Angastaco wandelen we, na een tip van stel Argentijnse toeristen, naar een bodega. In eerste instantie passeren we hem zonder erg, maar een bijna blinde man met onverstaanbaar Spaans dialect wijst ons de weg. De bodega is heel klein, niet berekend op rondleidingen of proeverijen, maar toch zijn we van harte welkom om een kijkje te nemen. De eigenaar legt in zijn beste Spaans hoe de wijnmakerij verloopt en tapt een glaasje voor ons. We vragen of we een flesje kunnen kopen. Natuurlijk kan dat, maar hij moet wel ff zoeken naar een fles, etiketten, lucifers om voor ons een flesje gereed te maken. Bij het verder verkennen van de omgeving ontmoeten, de plaatselijke huisdieren, als geiten, ezels en paarden, maar ook een slang die meent recht van overpad te hebben, een couchsurfende en liftende Fransman en een driepotige hond die ons tot zijn favoriete bezoekers kiest. Heerlijke dag, moe en voldaan duiken we ons bed in om de volgende dag de vroege bus terug te nemen.

Terug in Cafayate huren we een fiets en gaan wat langs bodega's. Bij een bodega waar ze naast wijn ook kaas maken, drentelen we ‘onopvallend' achter een tourgroep aan en bewonderen de geiten, eenden, ganzen, lama's, koeien, kippen en natuurlijk druiven. De rondleiding is slow en we haken af en fietsen verder. Voornamelijk stijgend, op ‘ripio'-wegen (= onverhard / keislag), over en door watertjes. Gelukkig eindigen we dalend en met een groot glas wijn. Nadat we van het terras worden gejaagd, doen we nog een rondje rond het dorp en daarna heb ik voldoende zadelpijn om de fiets weer in te leveren. We proeven 's avonds nog wat plaatselijke specialiteiten en gaan we ons weer klaar maken voor de terugreis.

Jujuy - Calilegua

Uitvalsbasis wordt Libertador General San Martín. Rough Guide is van mening er niks te beleven valt en dat het echt industrieelstadje is, volledig afhankelijk van de grootste rietsuikerraffinaderij ter wereld Ledesma. Dat is ook te zien, de naam komt overal terug, zelfs het ziekenhuis heet Ledesma. Inderdaad niet sfeervol, maar wij vinden het er stik gezellig. Lekkere bedrijvigheid van een gewoon Argentijns uit de kluiten gewassen dorp. We sluiten de dag af met een voetbalwedstrijd in een plaatselijke snackbar. Boca juniors winnen, dus Diego Maradonna kan happy zijn. Ik zie een paar technische hoogstandjes, die ik ook voortaan op het veld wil laten zien. Uiteraard werken we met de serveerster het gebruikelijke ‘where do you come from' af, maar ook uiterlijkheden en lengte komen aan bod. Ze schrikt zich een hoedje als ik op sta, zoveel kleiner is ze dan mij. De Indiaanse mensen hier hebben aparte ogen, die meer aan Mongolië doet denken. Echter, opvallend is vooral dat de meeste mensen, met name kinderen ontzettend loensen, niet normaal.

We worden bij het officina de turismo geholpen door een superlieve vrouw. Geen Engels, maar haar Spaans is heel goed te volgen voor ons. Wanneer we een tweede bezoek brengen, met wat ingewikkeldere vragen, zijn meer handen en voeten nodig, maar het komt allemaal goed. We mogen haar ‘Mate' proeven, een typisch Argentijnse thee: Yerbakruiden en steeds nieuw heet water in een speciale mok met bijhorend metalen theerietje.

Om het NP Calilegua te bereiken, stappen we in een ‘collectivo', de plaatselijke buurtbus. Lange afstandsbussen = pure luxe, collectivo's = oud, euh nee.... zeer oud, versleten, aan elkaar gelast, scheef, mist onderdelen. De chauffeurs, de één nog scheler dan de ander, dwingen respect af: de weg is smal, hier en daar stukje weggespoeld, stijgt of daalt sterk, haarspeldbochten en dat uren lang en op een stoel, die de term campingstoel niet waardig is. Je moet hier als chauffeur goed kunnen lassen of iemand kennen die dat kan, zodat je de bus steeds kunt oplappen. En nu is dat scheel kijken erg handig, kan de chauffeur aan twee kanten van de weg tegelijk kijken. Zo'n ritje is een belevenis op zich en dat allemaal voor een paar peso. De uitzichten zijn bijna verlammend: diepe kloven, dichte jungle en hoge bergen, langs zo'n smal weggetje zonder vangrail.

Doof van het gerammel, zoeken we bij het NP de ranger, maar vinden alleen zijn vrouw thuis. Die helpt ons op weg en gedurende de dag wandelen we alle paden af. Vooral wandelpad 4 is erg leuk. Het wordt al spannend omdat aangekondigd wordt dat we door het leefgebied van de Jaguar gaan. Onze bescherming bestaat uit het zingen van Carnavalsnummers. We klauteren over een deel dat weggespoeld is en komen eindelijk bij de rivier, die we verder moeten volgen. Maar dat pad is er niet, moeten we dezelfde weg terug en dan zien we een bord dat het pad gesloten is en wandelen is op eigen risico is. Oeps.... Had dat bord aan het begin gezet.....nu moeten we nog een keer terugklauteren. Tempo wordt opgevoerd, want we willen niet in onze kont gebeten worden door een Jaguar. We zien weinig wild, wel sporen van een tapir, een paar toekans en condors, oja en...muggen...grr...

Ach goeie exercitie voor ons, totaal zo'n 20 kilometer gewandeld vandaag en soms bloed, zweet en tranen (lees: muggen/schrammen, lui-/angst-/klimzweet en vliegjes/stof in de ogen).

De volgende dag gaan we een stapje verder, met de collectivo naar San Fransisco, een klein afgelegen bergdorpje. Lunchpakketje met empanadas (ik had gisteren fractie meer besteld dan ik honger had, 12 stuks, met 3 zat ik vol) De muziek gaan extra hard, dan horen we het gekraak niet.

In San Fransisco informeren we naar wandelpaden, maar helaas is hier ons Spaans minder toereikend. Hij wil ons op een trektocht van 4 dagen sturen, maar dat is wat veel van het goede. We maken een foto van zijn kaartje en zoeken zelf wat wandelpaden. Eerst het dorpje rondslenteren, papagaaien spotten, begraafplaats die afgegraasd wordt door muilezels, pachamama bewonderen die naast de kerk staat, twee religies kunnen best samen. De plaatselijke kroeg bezocht, omdat de miniwinkeljes te beperkt aanbod hebben (geen kleine flesjes water of cola). Honden zijn alom aanwezig, in alle soorten en maken. Ze lopen tussen de kippen, pesten het varken en ontvangen de bezoekers bij aankomst. De grootste ontfermt zich over ons; we dopen hem Boris.

We nemen een stuk ezelpad naar Aqua Blancas, een herdersdorp dat alleen via dergelijke paadjes bereikbaar is en verwonderen ons over de jungle hier.

Aan het eind van de dag melden we ons weer in het ‘centrum' en moeten een bus in, die zowaar nog ouder en meer versleten is dan degene die we gehad hebben. We gaan zitten op iets, wat op een stoel lijkt, maar ook deze chauffeur brengt ons heelhuids beneden.

We melden ons nog ff bij onze favoriete serveerster en pakken weer in om richting Salta te gaan.

Jujuy - Quebraba de Humahuaca

Pff dat was lang in de bus, maar we vermaken ons wel. Na het uitdagen van de buschauffeur, moeten we voor straf binnen een straal van 10 meter bij de bus blijven, dus plaspauzes zijn er niet meer bij. Na uren pampas zorgt de Andes voor een ander landschap.De instappende mensen zien er anders uit, meer afstamming van de oorspronkelijke indianen en we zien inmiddels ook de eerste verkopers rond de bus verschijnen. Wij genieten zoveel van onze bus dat we besluiten de reis nog iets te verlengen en de buschauffeur te verleiden ons mee te nemen naar San Salvador de Jujuy in plaats van Salta. Uiteraard lukt dat en na zo'n 33 uur stappen we uit in Jujuy.

Eenmaal daar voel ik me meteen thuis in alle bedrijvigheid: eetstalletjes, straatverkopers, taxi's, bussen, kinderen, honden, alles in een heerlijke chaos door elkaar. Een heel ander Argentinië dan Buenos Aires of Patagonië. Dat wordt de volgende dag sterker, als we de Quebraba de Humahuaca verkennen, de bus in door een schitterende vallei. Wederom ruig landschap, nu in vele kleuren. Hier bezoeken we verschillende dorpjes, slenteren over de markt, hapje, drankje, genieten van het volk om ons heen. De dorpjes zijn een mix van koloniale gebouwen en oorspronkelijke bebouwing met bijvoorbeeld de bakoven buiten. De inwoners hier stammen duidelijk niet af van de Europese immigranten, maar is een Indiaanse bevolking. De sfeer hier doet me heel erg aan Peru denken. We snelwandelen door een pucarà, een pre-colombiaanse nederzetting op een strategisch punt en genieten van het bijhorende weidse uitzicht aan alle kanten, alleen ff uitkijken voor de cactussen. We missen de bus op een haar na en dat vieren we met een fles champagne. Daarom belanden we na Humahuaca, Tilcara en Maimara enigszins teut 's avonds in Purmamarca. Het regelen van een bed hier is een combinatie van ‘Bel luiden', ‘Bonne Noches uit de muur' en ‘Man in ochtendjas' en dan heb je een kamer met schitterend uitzicht, toiletten op enige loopafstand en een soort van lijkwagen voor de deur. We evalueren de dag onder het genot van hapje, live music en karafje wijn en duiken daarna helemaal teut ons bed in, maar niet nadat we nog ff geconstateerd hebben dat de lijkwagen toch wat leven bevat.

Simpel is zo gewoon, dus we maken de volgende ochtend van een veel belopen pad een eigen route, door de route verkeerd te starten en dan te concluderen dat hem dat niet kan zijn. Maar geen zin om terug te lopen, dus maken we een eigen route onder het mom van ‘gewoon het dorp in de verte in de gaten houden', Eenmaal per toeval weer op het juiste pad, zijn er ineens andere mensen....mmmm...eigenlijk was onze route veel leuker. 's Middags op het terras, ja alweer....komen we er niet goed uit wat onze volgende bestemming moet zijn, dus eerst terug naar Jujuy om de grote rugzak op te halen. Daar krijgen we een tip, die we gewoon direct blind volgen. Hup, op weg naar de jungle.

Peninsula Valdes

Oeoeoeoeh wat voelt het weer in BA heerlijk aan, na de kou in Ushuaia. Dus laagjes uit, tas in locker, onverwacht gratis met metro en dan ff terrasje doen. Vernieuwend hapje eten: Rijst met ei (denken we), maar het zijn uienringen, in een soort deegje. Lekker.....dat moet dan dadelijk 18 uur in de bus. Ik bestel chivito: broodje met mals geitenvlees en wat groenten en .....oeps.... met een heleboel ui.....dus wij zijn aan elkaar gewaagd, no mercy for the Argentinos in our bus. 18 uur bussen lijkt ons erg lang, maar dit is heeeeel goed te doen. Lekker ruime stoelen, die bijna horizontaal gaan, 3-gangenmenu + wijntje en mijn favo Bruce Willis fluistert me in het Spaans allerlei romantische dingen toe. Wat wil een mens nog meer? Het uitzicht is eindeloos.....eindeloos pampa's.

Na aankomst vinden we qua slaapplek, excursie en doorreis, eigenlijk niet wat wij willen. Mineurstemming dreigt, maar dan valt ineens alles op z'n plek.... Een gloednieuw B&B, we zijn werkelijk de allereerste gasten (lijkt wel op dat TV-programma, waarin alles op het laatste moment nog net niet klaar is, zoals sloten, wc, stopcontact....). Het is een B&B, maar voeg de L en D er maar aan toe, want voor eten wordt voor ons compleet gezorgd door Mumo. Maar.... belangrijker, de tweede gast (dagje later) is een natuurfotograaf op zoek naar orca's en wij mogen een dagje met hem mee. Wauwie....nou gauw nog ff anderhalf uur in de bus voor onze bestemming van die dag, Puerto Piramides. Eenmaal daar wandelen we nog ff naar een zeeleeuwenkolonie, maar we zijn wat laat vertrokken en we lijken de kolonie niet te redden voor de zonsondergang. Maar daar is onze reddende engel, o nee, reddende ranger. Met deze lift, zijn we mooi op tijd en.... natuurlijk brengt deze galante ranger ons ook helemaal thuis.

Na een ochtendwandeling via de duinen en strand, rijden we de volgende dag met Fabian mee en drie Italianen om de beestjes van Peninsula Valdes te zoeken. We treffen guanaco's, mara's, zeeleeuwen, zeeolifanten, pinguïns, soort condor, maar..... waar ik voor kwam, loop ik helaas mis....orca's. Soms doe je veel moeite om iets in de natuur te zien, maar is het er gewoon niet, de natuur laat zich immers niet dwingen. Maar in dit geval waren de orca's er wel, maar ik stond net op de verkeerde plek. Dat is me nog nooit overkomen, het is er wel en ik mis het..snik...was er gewoon verdrietig van. Gelukkig hebben we met onze natuurfotograaf morgen een tweede kans.

We sluiten de dag af met een avondwandeling met Ronja....Ronja? Oja...nog vergeten. De B&B heeft ook twee vaste gasten Luichi, de kat en Ronja, de straathond. Deze laatste vond het wel gezellig om het hoogste punt op te zoeken in de duinen. Luichi daarentegen vindt het gezelliger om bij ons te slapen.

De volgende dag tweede poging en gelukkig met meer succes. Orca's gezien: mannetje, vrouwtjes en drie kids. Eerst in de verte en daarna dichterbij. Mooi mooi. Vervolgens horen we dat de vorige dag de orca's hun specifieke jaagtechniek lieten zien, nadat wij vertrokken waren. Ze werpen zich dan namelijk op het strand om jonge zeeleeuwen te vangen. Hoe dichtbij wil je ze hebben, maar de heerlijke stranddag (neusjes verbrand) levert helaas geen attack op het strand op. We hopen dat Octav onze natuurfotograaf meer geluk zal hebben.

Na wereldrecord ‘snel tas in pakken', nemen we bussie, krijgen we een slaapzaal voor onszelf in Puerto Madryn en maken we ons op voor de lange reis naar Salta in het droge noordwesten. Nu eenmaal in de bus, heb ik spijt dat we niet een dagje langer zijn gebleven, maar dat had ik eerder moeten bedenken, nu zijn we al halverwege. Je moet redenen houden om te reizen. Nu ik aan orca's heb kunnen snuffelen, staan die zeker op mijn lijstje om ze nog eens ergens te gaan zoeken.

Ushuaia, fin del mundo!

Tot nu toe hebben we in een hostel geslapen, gezellig op een slaapzaal, maar omdat we merken dat we ook graag wat ruimte om heen hebben en in onze blote kont naar de badkamer willen lopen, boeken we, met een fles wijn achter de kiezen, snel ff een goedkoop appartement voor de komende drie nachten. Paar uur later, midden in vliegen we naar Ushuaia, de meeste zuidelijke stad ter wereld. Nou ja stad, uit de kluitengewassen dorp, maar voor velen het vertrekpunt richting Antarctica. Zover gaan we niet, want we vinden het hier al koud en ik probeer gelijk te verzinnen waar ik mijn thermo-ondergoed in de rugzak heb verstopt.

We laten ons afzetten bij het appartement, maar op dat adres blijkt de eigenaar te wonen, ons appartement is in de stad. De man is wat wazig (of wij met wat slaaptekort) en het huis waar we staan is niet echt spik-en-span, dus we vragen voor de zekerheid of we het appartement eerst kunnen zien, mss hebben we de plaatjes iets te positief geïnterpreteerd. Maar eenmaal aangekomen, blijkt het veel beter te zijn: keurig appartement, geschikt voor zeker 10 personen. Twee woonkamers, twee badkamers, keuken, 3 slaapkamers .....oooo.... hier redden wij ons voorlopig wel, onze eigen villa.....ineens ruimte genoeg.

We boeken van een bootje of twee en pakken de bus naar het NP Tierra del Fuego. Staan eerst bij de verkeerde halte natuurlijk, maar dat komt altijd vanzelf goed en we worden letterlijk aan het eind van de weg afgezet, midden in het park. We doen een leuke hike, soms ff zoeken, beetje alternatieve weg nemen, paden zijn niet altijd duidelijk. Vanuit de bus zagen we een vosje en een kleine bever. Dus bij de wandeling zoeken we actief naar wildlife, maar we concluderen dat de bevers niet thuis zijn, de ezels diaree hebben en dat combinatie van een Argentijn en Italiaan erg veel herrie oplevert. De omgeving maakt alles goed, prachtig, heerlijke ruige natuur op z'n best. De herfstkleuren schitteren in de zon.

De volgende dag begint met storm op zee. De boten mogen de haven uit, dus ook de onze niet. Als alternatief wandelen we naar de gletjser Martial (tip van de drukke Italiaan), flink klimmen, met soms harde windvlagen, wat losse sneeuw, maar meestal zon en vooral schitterende uitzichten. Was gisteren de omgeving ruig, OK, het kan ruiger. Volgens de drukke Italiaan kun je tot ongeveer 10 meter van de gletsjer komen. Eenmaal boven concluderen we dat hij waarschijnlijk ook denkt dat hij iets van 50 cm in zijn broek heeft hangen, de afstand is wat groter. Maar dat kan de pret niet drukken want we treffen het: Alle mist is ff uit de baai en kunnen we het Beagle Channel overzien. We sluiten de dag af met hapje, drankje en toosten op goed weer morgen.

De drukke Italiaan komt nog ff langswippen en doet verslag van zijn race om de pinguïns te zien. Hij is al 4 dagen bezig om een tour te doen richting deze beestjes. Echter, door het slechte weer op zee, worden de boottochten steeds geannuleerd. Maar het is hem gelukt (met regen, wind, sneeuw en veel kou) en hij verzekerd ons dat het de moeite waard is.

Nou de volgende dag zijn wij aan de beurt, een tripje richting pinguïns!!! Ondanks dat het dorp vergeven is van souvenirpinguïns, is er maar één eiland in de buurt waar ze gespot kunnen worden. We worden verwelkomd door Marscha van Piratours, de enige maatschappij die het Isla Martillo werkelijk op mag, de rest vaart erom heen. Natuurlijk willen wij met die beestjes kroelen. Het weer zit mee: koud, winderig, maar droog met zonnetje. We trekken alle kleren aan de we bij hebben, sokken fungeren als handschoenen en hup de zodiac in. Eenmaal op het eiland zien we volop pinguïns. We krijgen instructies mee zodat we ze niet per ongeluk de zee in jagen en vanaf dan is het alleen maar genieten. Er zijn twee soorten hier: Maegelhaen-pinguïn die binnen enkele dagen naar het noorden trekt (Peninsula Valdes, daar komen we nog) en de Papua-pinguïn, die hier permanent zit. De Papua-pinguïn is wat groter, heeft oranje voeten en snavel en maakt belachelijk veel herrie voor zo'n beestje, maar is ook erg fotogeniek. Er zijn nog wat jonkies, maar dat zie je enkel aan de pluizige veren, want qua grootte doen ze met de volwassen mee.

We wandelen tussen de grappige beestjes. Ze werken aan hun nesten (man werkt, vrouw keurt, prima rolverdeling, dacht ik zo). Stelletjes kroelen, maken ruzie en maken het weer goed. Jonkies zitten beschut, maar nieuwsgierig te loeren. En zo sloom als ze op het land waggelen, zo snel zijn ze in het water, verbazingwekkend. Dik tevreden laten we de pinguïns achter en gaan informeren of het weer inmiddels onze boottocht in de middag toestaat. Maar helaas zoals voorgaande dagen, is het bootje te klein om tegen de grote golven opgewassen te zijn en de grote-massa-catamaran zien we niet zitten. We willen eerste rang zitten.

Hiermee besluiten we dat we in ieder geval richting Peninsula Valdes gaan om daar zeeleeuwen en orca's te zoeken. Dus busticket geboekt van Buenos Aires naar Puerto Madryn, slaapplekkie gezocht in Puerto Piramides, maar nog niet geboekt, omdat we niet goed kunnen vinden of we nog met de bus dezelfde dag daar gaan komen.

Nu een lange reis voor de boeg, overmorgen begin van de avond zijn we hopelijk op onze volgende bestemming (maar wel met wat tijd voor een terrasje in Buenos Aires J).